Engel van rechts in getijdenboeken

Mijn belangstelling voor Annunciaties werd gewekt tijdens mijn studie Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit door een hoofdstuk in de cursus Art in Italy van de Engelse kunsthistoricus Michael Baxandall. Daarin maakt hij een vergelijking tussen een preek over de Annunciatie en de schilderijen met dat thema. Hij beweert dat de gevoelens van Maria in haar houding weerspiegeld worden, en dat de schilders in beelden weergeven wat de predikers met woorden beschrijven. Hij geeft daarbij als voorbeeld een preek van de vijftiende-eeuwse Florentijnse volksprediker Fra Roberto Caracciolo.
Fra Roberto bekijkt zorgvuldig het verhaal van Lucas en geeft de geestelijke en psychische staat weer waarin Maria verkeert. Hij doet dat in een serie van vijf opeenvolgende stadia die hij de Vijf Loffelijke Staten van de Gezegende Maagd noemt. Sindsdien kan ik geen Annunciatie zien zonder me af te vragen in welke ‘loffelijke staat’ Maria verkeert.
Met name in de Italiaanse schilderkunst ( dit voorbeeld van Sandro Botticelli met de schrikreactie van Maria hangt in de Uffizi in Florence) zijn deze houdingen herkenbaar. In een van de artikelen in deze rubriek zal ik daar verder op ingaan.
De meeste van onze voorstellingen van Maria in het algemeen, en van de Annunciatie in het bijzonder, gaan op Byzantijnse voorbeelden terug. De Byzantijnse kunstenaars baseerden zich echter niet op het Lucasevangelie, maar op het apocriefe Jacobusevangelie dat begint met een beschrijving van de wonderlijke conceptie van Maria, de zogenaamde Onbevlekte Ontvangenis. Dan volgen aandoenlijke verhalen over de kindertijd van Maria en over haar opvoeding in de Tempel van Jeruzalem.

In de Biblioteca Vaticana te Rome bevindt zich Homélies du moine saint Jacques, een manuscript uit de eerste helft van de twaalfde eeuw met een serie miniaturen ter illustratie van het Jacobusevangelie.
Door de kerkvader Augustinus werd een specifiek systeem van overeenkomsten tussen de beide delen van de bijbel ontwikkeld, waarbij personen en gebeurtenissen uit het Oude Testament als een prefiguratie, vooraanzegging, van personen en gebeurtenissen uit het Nieuwe Testament werden beschouwd.

Dit systeem noemt men typologie. Zo werd bijvoorbeeld het offer van Abraham als een prefiguratie gezien van de kruisdood van Christus.
In de middeleeuwen werden typologieën in uitvoerig geïllustreerde handschriften en blokboeken opgenomen. Een der meest merkwaardige producten van de typologische gedachte is zonder twijfel de Armenbijbel. Het is een boek waarin gewoonlijk vierendertig - het aantal levensjaren van Christus - episoden uit het Nieuwe Testament afgebeeld zijn. Elke episode is omgeven door vier profeten en geflankeerd door twee prototypen uit het Oude verbond.
Uitvoerige teksten verklaren deze voorstellingen. De grote verspreiding van de geïllustreerde Armenbijbel dateert van het begin van de 14de eeuw. Deze illustratie is genomen uit de Codex Palatinus latinus 871, eveneens bewaard inde Biblioteca vaticana te Rome.
Kerkvaders en theologen zochten niet alleen hun toevlucht in het Oude Testament om het abstracte begrip ‘maagdelijke geboorte’ te omschrijven. Zij waren ook bijzonder vindingrijk in het vinden van andere metaforen. Kunstenaars op hun beurt waren al even vindingrijk in het vinden van de beeldtaal om deze metaforen te visualiseren.

Voorbeelden zijn de puer formatus, en, naar mijn mening, de mooiste metafoor om de maagdelijkheid van Maria te bewijzen, de lichtstraal die door een vensterruit gaat zonder deze te bereken.
Aan de hand van het Mérode-altaarstuk (ca. 1428) van de Meester van Flémalle in het Metropolitan Museum of Art in New York, zal ik de metaforen en symbolen toelichten.
De symboliek van de afgebeelde voorwerpen is voor ons, moderne toeschouwers, niet altijd even gemakkelijk te duiden. Veel van die symboliek ontgaat ons; van andere voorwerpen vinden wij de symbolische betekenis in veel gevallen wel erg vergezocht. Toch mogen we er van uitgaan dat de meeste voorwerpen juist vanwege hun symbolische betekenis zijn afgebeeld.