Heiligen
14 Juni
Lidwina. Een geur van heiligheid
Johannes Brugman,
Vita alme virginis Lijdwine,
1498
Al tijdens haar leven werd Liedewij omgeven door een geur van heiligheid. Tijdgenoten laten daar geen enkele twijfel over bestaan: in 1421 getuigden de magistraten van Schiedam van haar lijden in een oorkonde, bekrachtigd door Jan van Beieren die van 1420 tot zijn dood (1425) het bewind over het graafschap Holland en Zeeland voerde. In dit document wordt onder meer melding gemaakt van Liedewijs langdurig ziekbed, haar koortsaanvallen, haar lichamelijke aftakeling en het opmerkelijke feit dat zij - ondanks de aanwezigheid van wormen in haar lichaam - in het geheel geen stank verspreidde.
Toen Margaretha, gravin van Holland, Schiedam bezocht en hoorde over de langdurige ziekte van Lidwina, stuurde zij haar eigen lijfarts Govaert Sonderdanc om te kijken of hij iets voor haar kon doen. Brugman beschrijft (zeer plastisch) het bezoek in het zesde hoofdstuk.
Govaart Sonderdanc wilde kijken of hij haar hulp kon bieden. Zover het betamelijk was betastte hij haar, haalde haar darmen uit haar lichaam en legde die in een waskom. Nadat hij haar van binnen onderzocht had, deelde hij mee dat de wormen vanuit het verrotte merg van haar wervelkolom groeiden. Verder zei hij dat het merg rotte, omdat Liedewij geen zout gebruikte. Omdat hij haar niet kon helpen, legde hij haar darmen terug op hun plaats.
Naarmate ze zieker werd, had ze steeds minder behoefte aan voedsel. Men zegt dat ze de laatste jaren van haar leven genoeg had aan de ouwel die de huispastoor haar toediende met de communie. Dit verschijnsel wordt anorexia sacra of ‘heilige vastenzucht’, genoemd. Of ze werd gevoed door de moedermelk uit de borst van Maria.
Toen er in haar bedstee een kaars omviel – volgens Lidwina het werk van de duivel - en het beddengoed vlamvatte, doofde Lidwina het vuur met haar arm zonder dat ze brandwonden kreeg. Ook dat was een wonder, zo oordeelde men.
Ze heeft vele mystieke ervaringen, met als hoogtepunt het ontvangen van de stigmata van Jezus zelf.
In een ander visioen toont een engel Lidwina de zielen in het vagevuur. Hij vertelt haar dat zij gered worden dankzij haar pijnen.
Iconografie
Zoals vele heiligen - om hen herkenbaar te maken - voorzien zijn van vaste attributen, wordt ook Liedewij steevast op dezelfde manier afgebeeld: het hoofd omgeven door een krans van rozen, in de rechterhand een crucifix en in de linker een bloesemtak.
Zo wordt ze ook afgebeeld op de tekening in Vita alme virginis Lijdwine, de Latijnse levensbeschrijving uit 1498 in Museum Catharijneconvent.
12
Recente Blogs
Categorieën
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.
