Heiligen
24 Juli
Christina
Sint-Truiden, Onze-Lieve-Vrouwekerk
Perkament, Latijn, 172 x 127 mm
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek [KB, 76 21] Folio 169 verso
Missaal
Kristina de Wonderbare, Maagd
24 juli (Bisdom Luik)
Zij werd geboren te Brustem (Limburg) en leidde een wonderbaar leven. († 1224 bij Sint-Truiden)
In Stemmen op schrift heeft Frits van Oostrom in zijn hoofdstuk over Mystiek een lange beschouwing gewijd aan de heilige Christina. Ik citeer:
Alle remmen los:
Christina de Wonderbare
Thomas van Cantimpré voltooide zijn Vita Christinae Mirabilis in 1232, acht jaar nadat de heilige op vierenzeventigjarige leeftijd in Sint-Truiden was gestorven. Het leven van Christina is namelijk een aangewezen gegadigde voor het predicaat van bizarste heiligenleven uit de Middeleeuwen.
Volgens het Leven van Sinte Kerstine leeft Christina ver van de wereld valsch ende quat, is zij geheel gericht op godsliefde en meer dan bereid zich voor het heil der medemensen penitentie en ascese op te leggen. Kuisheid, nederigheid, vrijwillige armoede en opofferingsgezindheid – die traditionele gaven van de heiligen zijn in Christina overvloedig belichaamd. Als mystica krijgt zij daar nog bijzondere genadegaven bij. Anders dan Lutgard is Christina geen lid van een kloosterorde, maar leeft zij in isolement als kluizenares in het woud. Maar ook daar verricht zij goede werken, zoals geestelijke bijstand aan heer Lodewijk van Loon, op wiens land haar houten hutje staat. Zij adviseert heer Lodewijk in politieke en ethische zaken; hij noemt haar zijn moeder en laat zich door haar kapittelen. In zijn stervensuur strekt hij zich languit aan haar voeten, al zijn zonden reciterend, als ware zij zijn biechtvader.
Leven van Sinte Kerstine
Tot zover is het verhaal redelijk stereotiep, de zoveelste variatie in het genre. Wat het Leven van Sinte Kerstine echter uitzonderlijk maakt, is dat de traditionele deugden en exempelen hier zulke extreme vormen aannemen. Voor Christina's excessen heeft de tekst overigens een sluitende motivering. Zij was namelijk als zeventienjarig herderinnetje gestorven, maar werd om haar inwendige gratie begenadigd: nog voordat zij werd begraven, mocht haar ziel het vagevuur bezoeken. Vandaar had zij een kortstondig zicht op hemel en hel; toen kreeg haar lichaam de gelouterde ziel terug geschonken en mocht zij verder leven. Christina is dus een mirakel: een levend mens die reeds is weder opgestaan en dus gedeeltelijk van aangezicht tot aangezicht met God verkeert.
Bij de speciale aggregatietoestand van Christina hoort dat zij een medisch wonder is. Haar lichaam blijkt aan geen enkele gebruikelijke norm van lichamelijkheid gehouden te zijn. Op zoek naar penitentie die echt pijn doet, moet Christina alle menselijke grenzen overschrijden. Zij kruipt in vurige ovens, springt in kokende ketels en drijft 's winters een week lang in het ijzige water van de Maas, waarbij zij en passant transport door een schoepenrad doorstaat. Zij laat zich achtervolgen door wilde bloedhonden, rennend door een veld met doornenstruiken die scaerp ende stekende waren. Ter wille van haar concentratie rolt zij zich voor gebed op als een egel.
Dat was een wonderleke dinc, dat melc uut maghdelec borste ginc
De levitatie die soms aan mystici wordt toegeschreven - en zelfs wel eens empirisch schijnt te zijn vastgesteld - neemt bij haar een waarlijk hoge vlucht: Christina vliegt naar boomtoppen, kerkdaken en torenspitsen. Men legt haar hierom voor haar eigen bestwil en de openbare orde aan de ketting, maar natuurlijk blijkt zij ook een boeienkoningin. En sinds haar passage door het vagevuur geven haar borsten naar believen voedende olie, of melk waarin zij haar bete broods kan soppen. Dat was een wonderleke dinc, dat melc uut maghdelec borste ginc, merkt broeder Geraert met kennis van zaken op.
Teneinde voor andermans heil iets te betekenen had Christina de voorkeur gegeven aan terugkeer naar de aarde boven eeuwige gelukzaligheid, maar voor haar eigen aardse leven heeft zij aan zichzelf genoeg. Zij ontvlucht, of liever nog: ontvliegt, bij voorkeur de massa. Al jong klom zij graag in bomen om daar Gods lof te zingen en tot op late leeftijd viert zij in de takken en op daken haar private liturgie. Zij luistert niet naar priesterlijk gezang of knapenkoor, maar heft in het loof zelf psalmen aan, de boom als kerk gebruikend. Dat zij zich voor gebed tot een bal oprolt en zichzelf kan voeden, is symbolisch voor haar ingekeerdheid. Vandaar ook geen intrede in een begijnhof, laat staan klooster; Christina verkiest het woudleven.
in den bomen so leefde si daer, na vogel maniere, na vogel wise
Dat woud is voor haar, anders dan voor Arthurridders, geen onbeschaafde wereld die moet worden getemd, maar een toevluchtsoord uit de onwezenlijke wereld en een plaats waar zij zichzelf kan zijn. Dat is te zeggen: in den bomen so leefde si daer, na vogel maniere, na vogel wise, in kleren die ze naaide van lindeschors en wilgentakjes. Zelfs devote middeleeuwers moeten moeite hebben gehad met de fantasmagorie van deze vita.
Tijdens haar begrafenis staat ze op van de lijkbaar en bezorgt haar familie en vrienden de schrik van hun leven. Ze stijgt op naar het gewelf van de kerk. Pas op het bevel van de priester komt ze weer naar beneden. Vandaag interpreteren we deze gebeurtenis als een schijndood, een coma, een bijna dood-ervaring. In de 12de eeuw is dit een wonder.
George-Marie Baltus, inwoner van Sint-Truiden schonk dit schilderij met Christina zwevend boven de stad, in 1915, het tweede jaar van de ´Groote oorlog’ (Wereldoorlog I) aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk van zijn woonplaats. Het gebed op de lijst smeekt om bescherming tegen pest, hongersnood en oorlog. Christina is patrones van de zondaars, zij werd aangeroepen tegen veepest en infectieziekten.
In getijdenboeken wordt Christina zelden of nooit afgebeeld. In de zeer rijke collectie van de koninklijke Bibliotheek in den Haag heb ik maar één miniatuur gevonden waarop Christina staat afgebeeld.
In een gehistorieerde initiaal staan vijf bekende vrouwelijke heiligen: op de eerste rij van links naar rechts Catharina met kroon, zwaard en het gebroken rad, Margaretha met de draak en Barbara met palmtak en toren. Op de tweede rij links de heilige Martha met hoofddoek, en rechts van haar Christina met gevouwen handen.
18
Recente Blogs
Categorieën
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.
