Feestdagen
1 Januari
Besnijdenis van de Heer
Olieverf op paneel, 107 x 86 cm
Kalkar, Sankt Nicolai Kirche
Buitenzijde van het linkerluik van het retabel op het hoofdaltaar
Missaal
BESNIJDENIS VAN DE HEER EN OKTAAFDAG VAN KERSTMIS. De mensgeworden God ontvangt vandaag het teken van toebehoren aan het jodenvolk, en zijn naam Jezus, dit is God redt.
Bij de liturgiehervorming van de jaren zestig van de vorige eeuw werd het feest van de Besnijdenis des Heren (In Circumcisione Domini) afgeschaft. In de Romeinse ritus wordt op 1 januari voortaan het Hoogfeest van Maria Moeder van God gevierd. Op de kalender van het Missale Romanum uit 1962 staat op 1 januari: Octava Nativitatis Domini (octaaf van de Geboorte des Heren).
Legenda Aurea
Hoofdstuk 13: De besnijdenis van de Heer.
De dag van de besnijdenis wordt door vier dingen tot een belangrijk en plechtig feest gemaakt. Het eerste is de octaafdag van de geboorte, het tweede de toekenning van een nieuwe en heilbrengende naam, het derde het vergieten van het bloed, het vierde het merkteken van de besnijdenis.
In de schilderkunst wordt het tafereel met de besnijdenis meestal afgebeeld als één van de scènes uit de Kindsheid van Jezus. Dit is ook het geval met de buitenzijde van het linkerluik van het retabel op het hoofdaltaar van de Sankt Nikolai Kirche in Kalkar, van de hand van Jan Joest van Kalkar. Maria houdt het Kind vast, dat half rust op een soort doopvont, waar een doek op ligt.
typisch joods gebruik
De gemiddelde middeleeuwse christen had moeite met een typisch joods gebruik als de besnijdenis. Men kon het alleen maar verwerken door het opzettelijk als een vreemd element te behandelen, of door het op een andere manier aan te passen aan de eigen christelijke voorstellingswereld.
In het veel verbreide kerstlied Met desen nieuwe iare so wordt ons openbare staat het als volgt beschreven: Doe acht dagen waren geleden, doe waert dat kynt besneden al na die ioedsche zeden, des hadden sie groet leyt. Het kind werd besneden overeenkomstig de joodse zeden (die niet de onze zijn!) en daarom waren zijn ouders bedroefd. In een andere versie luidt de laatste regel: Dwelck ons van zonden vrijt – daardoor worden wij bevrijd van onze zonden.
mit enen stenen messe
In Tleven ons Heren Ihesu Cristi wordt beschreven dat het Jezuskind mit enen stenen messe huden besneden wart. Dat de besnijdenis wordt uitgevoerd met een stenen mes beantwoordt aan een oeroude traditie; de verklaring vinden we in Exodus 4:25, waar staat dat Zippora, de vrouw van Mozes, haar zoon besneed met een scherpe steen.
Sanctum Praeputium Domini
Legenda Aurea 4:4: Over het vlees van de besnijdenis van de Heer wordt verteld dat een engel het naar Karel de Grote heeft gebracht en dat deze het met groot eerbetoon in Aken in de kerk van de heilige Maria heeft geplaatst. Volgens de overlevering heeft Karel het later overgebracht naar Charroux. Nu bevindt het zich, naar verluidt, in Rome in de kerk die Sancta Sanctorum wordt genoemd. Daarover kan men ter plaatse deze inscriptie lezen: 'Het vlees van Christus besneden alsook zijn beroemde sandalen en zijn dierbare navelstreng prijken hier in de zalen.'
In de late middeleeuwen beweerden minstens een dozijn kerken het Sanctum Praeputium Domini, de Heilige Voorhuid van Jezus Christus, te bezitten. Een belangrijke impuls gaven de Openbaringen van Birgitta van Zweden, die in een visioen in de Sint-Jan van Lateranen in Rome, uit de mond van Maria vernam dat zij het voorhuidje aan de apostel Johannes had gegeven en dat het nu werd bewaard in het gouden reliekschrijn dat Birgitta nu voor zich zag. De Heilige Maagd spoorde volgens Birgitta aan tot openbare verering. De relikwie in Sint-Jan van Lateranen zou na de Plundering van Rome (1527) door Duitse huursoldaten aan de kerk van Calcata zijn geschonken, een dorpje ten noorden van Rome. De relikwie is in 1983 gestolen. Daarmee verdween het laatste stukje Heilige Voorhuid voorgoed.
12
Recente Blogs
Categorieën
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.
