Kerkelijk Jaar
13 April
Palmzondag: Intocht in Jeruzalem
Tempera en goud op paneel,
Siena, Museo dell’ Opera del Duomo
Intocht in Jeruzalem 106 x 56 cm
Perkament, 310 x 230 mm
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek
[76 E 16] Folio 140 recto
Perkament, Nederrrijns, 185 x 135 mm
Berlijn, Staatsbibliotheek
[SBB-PK Ms. Germ.] Folio 83 recto
Perkament, 255 x 165 mm
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek
[KB, 76 F 5] Folio 5 recto (detail)
Missaal:
De goede week: Palmzondag
Graag hebben al de Kristenen sinds eeuwen uitgebeeld wat de gelovigen van Jeruzalem hun hadden voorgedaan: met palmen en helder kinderstemmen het Hosanna zingen voor de eeuwige levende Verlosser.
In ons hart en in ons huis brengt de gewijde tak van olijfboom en palm zalving en triomf: zekerheid van genezing van de zielen door de zege van de heer, groen als de hoop en de lente door de verrijzenis gebracht.
Op Palmzondag werd het lange evangelie, dat wil zeggen het Lijdensverhaal uit het evangelie van Mattheüs (Mt. 26, 1-75; 27, 1-66) gelezen. Omdat de lezing ( door verschillende personen) veel tijd in beslag nam, mochten we, bij grote uitzondering, gaan zitten.
In de Legenda aurea komt palmzondag niet voor. De Voragine begint Het lijden van de Heer met Goede Vrijdag.
De Intocht in Jeruzalem is een belangrijke gebeurtenis die door alle vier de evangelisten wordt beschreven ( Matteüs 21: 1-11, Marcus 11: 1-10, Lucas 19: 29-38, Johannes 12: 12-15).
Matteüs 21: 1-9
Ik citeer de evangelielezing uit mijn missaal: Matteüs 21: 1-9: Toen hij met zijn apostelen Jeruzalem naderde, en te Betfage bij de Olijfberg was gekomen, zond Jezus twee leerlingen vooruit, en zei tot hen; Gaat naar het dorp, dat tegenover u ligt: terstond zult gij er een ezelin vinden, die is vastgebonden, met een veulen erbij; maakt ze los en breng ze Mij. Zo iemand u een bemerking maakt, zegt hem dan: De heer heeft ze nodig. En dadelijk zal hij ze laten gaan.
Dit alles is geschied, om te vervullen wat door de profeet was voorspeld: ‘Zegt tot de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt naar u toe, zachtmoedig, op een ezel gezeten, op een veulen, het jong van een lastdier.’
De leerlingen gingen heen en deden wat Jezus hun bevolen had. Zij brachten de ezelin met het veulen mee, legden er hun mantels op, en Hij zette Zich daarop neer.
Nu spreidde de talrijke menigte haar mantels uit over de weg; anderen sneden takken van de bomen, en strooiden ze op de weg. En de scharen, die voorop gingen en volgden, riepen uit: Hosanna de zoon van David! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Hosanna uit den hoge!
Maestà van Duccio in Siena
Dit is de achterzijde van de Duccio’s meesterwerk, de beroemde Maestà, met op de voorzijde de Tronende Madonna te midden van engelen en heiligen. Het enorme altaarstuk was bestemd voor het hoogaltaar van de dom van Siena, en bevindt zich nu in het Museo dell’ Opera del Duomo.
Op de achterzijde schilderde hij een uitvoerige reeks taferelen uit het Leven van Christus. Het Lijdensverhaal opent met een grote afbeelding – 1 meter hoog - van de Intocht in Jeruzalem.
Andrew Graham-Dixon in Renaissance: Duccio versierde de achterkant van zijn altaarstuk met een groot aantal veel kleinere verhalende taferelen. De reeks begint met Christus' Intocht in Jeruzalem, een tafereel vol opgewonden burgers dat laat zien hoe groot de aandacht van de kunstenaar voor het drukke leven kon zijn. Christus rijdt op zijn ezel een weg met rode bestrating op in de richting van de poort van wat duidelijk een Toscaanse stad op een heuvel is.
Net binnen de muren van de stad klimmen een paar jongens in een boom om palmtakken af te snijden en goed te kunnen zien wat er aan de hand is. Onder de bochtige weg groeit wat lang, verwaarloosd gras langs een roze muur. De kunstenaar bakent Christus af van deze aardse wereld door een gouden rand langs zijn blauwe gewaad te laten lopen. Deze heldere, brokkelige lijn zondert hem op alle lijdenspanelen af van wat hem omringt. Het resultaat is een transfiguratie, een gouden arabesk die een geestelijke kracht om Christus heen suggereert.Hoe Jezus feestelijk als een koning in Jeruzalem werd verwelkomd
Hoe Jezus feestelijk als een koning in Jeruzalem werd verwelkomd aldus Jacob van Maerlant in zijn Rijmbijbel. Als ihesus quam biden ghebete…
Ik citeer de vertaling van Claudine A. Chavannes – Mazel: Toen Jezus bij het pad kwam op de helling van de olijfberg, haalden veel mensen die samen met Hem afdaalden takken van de bomen, en strooiden deze op de weg. Menigeen deed zijn mantel af en legde die op de weg vóór Hem. De inwoners van Jeruzalem, die voor het Paasfeest kwamen, en ook alle kinderen kwamen voor Hem de straat op. De mensen die Hem volgden lieten zich horen en zongen met luide stam in het Hebreeuws: Hosanna, Gezegende Zoon van David.
Haar commentaar luidt als volgt: De inwoners van Jeruzalem lopen uit, zwaaien met palmtakken of hangen juichend uit de ramen. De stadstoren rechts stijgt het kader van de miniatuur te boven. Een jongeling heeft zijn bovenkleed uitgetrokken en voor Jezus op de grond gelegd. Links zit Jezus in alle rust op een ezelin met grote oren en laat alles gebeuren – de voorspelling moet uitkomen.
Maerlant voert een lange discussie over de vraag of Jezus op een ezelin zat, dan wel op het jong van een ezelin, of misschien wel eerst op de een en dan op de ander, maar de miniaturist Michiel van der Borch laat het ezelinnenjong gewoon weg. Jezus geeft met een groots gebaar van zijn hand aan dat hij heer en meester is.
Gebedenboek van Maria van Gelre
Eyne groisse scare die tzo samen quemen zu dem hogezijde rieff zu dem herren ind sprach gebenedijt si de gene
Aldus het onderschrift bij de miniatuur in het Gebedenboek van Maria van Gelre.
De groisse scare is beperkt gebleven tot een vrouw in de deuropening, een oudere man die vanaf het dak palmtakken naar beneden gooit, en een jonge man die zijn mantel uitspreidt.
Op deze miniatuur is duidelijk te zien dat de miniaturist het achterlijf van het muildier, en het muurtje rechtsonder, over de rand heen geschilderd heeft.
Het gebedenboek van Maria van Gelre is met bijna 600 folia zeer omvangrijk en uitzonderlijk rijk geïllustreerd. In de loop der eeuwen zijn veel miniaturen weggesneden uit het boek. In de huidige vorm bevat het 106 miniaturen, en vrijwel alle bladen zijn gedecoreerd.
invloed van de Gebroeders van Limburg
Johan Oosterman: Het gebedenboek van Maria staat vol met miniaturen die beïnvloed zijn door het werk van de Gebroeders van Limburg. De schilders moeten bekend zijn geweest met dit werk. Dit gebedenboek is het eerste en duidelijkste voorbeeld van die invloed. Het vormt de schakel tussen de grote bloei van de Franse schilderkunst en de Nederlandse miniatuurschilderkunst in de vijftiende eeuw. Maria’s Franse achtergrond heeft daar vast een rol bij gespeeld. Dit boek is van onschatbare betekenis voor de Nederlandse kunstgeschiedenis.
Natuurlijk had dit boek te maken met haar positie. Maar Maria van Gelre was oprecht godsdienstig. Ze schonk grote bedragen een kerken en kloosters en ging er vaak heen om te bidden. Dat lees ik in archiefbronnen. Ze kwam naar het hertogdom om kinderen te krijgen en op zeker moment wist ze dat dit niet zou gebeuren. Met devotie gaf ze diepgang aan haar leven.
Ik ben bijzonder gecharmeerd van de eenvoudige miniaturen in de in Saint Omer vervaardigde Prentenbijbeluit het einde van de twaalfde eeuw. Dit manuscript bevindt zich eveneens in de koninklijke Bibliotheek.
De miniaturist heeft ook het jong van de ezelin afgebeeld. Geen palmtakken, wel mantels. Achter de ezel staat Petrus; het is mij niet duidelijk wat hij in de handen houdt.
Terzijde: palmtakje tegen onweer
Voordat de hoogmis op Palmzondag begon, vond de wijding van de palmtakken plaats. Bij gebrek aan echte palmtakken werden takjes groenblijvende buxus gebruikt. Na de kerkdienst mochten de takjes meegenomen worden, één takje per gezin. Thuis werd het achter het crucifix gestoken, als een soort talisman ter bescherming van het huis en zijn bewoners. Ik herinner mij levendig hoe het ‘palmtakje’ werd ingezet om de gevolgen van onweer te bestrijden.
Mijn moeder was doodsbang voor onweer, en toen het op een nacht vreselijk tekeerging, maakte zij ons wakker, en bracht ons bij elkaar in de keuken om samen te bidden om ons te behoeden voor wat er misschien zou kunnen gebeuren. Zij liep door het hele huis met het palmtakje, gedoopt in ‘wijwater’ (hoe we daar aan kwamen vertel ik in de blog van Paaszaterdag), en besprenkelde de ingang van elke kamer.
Mijn vader was niet bang, integendeel, hij ging in de deuropening staan en was vol bewondering voor het spektakel van de grillige bliksemschichten tegen de donkere hemel. Hij leerde ons dat wij de seconden tussen de bliksemflits en de donderslag moesten tellen; als we tot vijf of meer konden tellen liepen we geen gevaar.
De volgende dag bleek dat de bliksem was ingeslagen in een boom niet ver van ons huis. Hij was zwartgeblakerd en doormidden gespleten. Ik vroeg mij toen af of door de kracht van onze weesgegroetjes en het besprenkelen met het palmtakje de bliksem aan ons huis was voorbijgegaan.
26
Nieuwsbrief
Neem een gratis abonnement op de nieuwsbrief en ontvang een dagelijkse update!.

Leo van der Stappen
2025-04-27 15:21:01Mooie opbouw en lezenswaardige verhalen en informatie